Historiek Borse van Amsterdam

In 1391 schonk het stadsbestuur een stuk grond, ten Westen van de Grote Markt, links van het schepenhuis, aan de Gilde van de Vrije Vleeshouwers om er een Vleeshuis op te richten.

In 1629 zagen de beenhouwers zich verplicht het pand te verlaten, want het gebouw werd gesloopt evenals enige aanpalende woningen omdat het marktplein te klein was geworden.

Op de vrij gekomen plaats werd reeds in 1630 een nieuw maar ondiep gebouw opgetrokken met ondermeer afbraakstenen van de vroegere bouw.

Het werd een fraai Laat-Renaissance gebouw in bak- en zandsteen dat zou dienen als Politiewacht (Corps de Garde), Leenhof en Wezenkamer.

De gevel is voorzien van 11 vensters met kruismonelen en rust op een open galerij met 12 zuilen verbonden door rondbogen.  Boven elke zuil is een cartouche aangebracht met wapenschilden.  Uiterst links, hoek Nieuwstraat, het schild van burggraaf Vilain XIIII, burgemeester van Aalst, later schepen te Gent.  De derde cartouche vertoont het blazoen van Keizer Karel.  De middelste cartouche draagt het jaartal 1630, begin van de nieuwbouw.  De overige wapenschilden behoren toe aan baljuws en schepenen van de stad.

Boven het eerste verdiep werden later vier topgevels in barokstijl aangebracht, omringd door zware volutes.  In het midden staat een houten torentje met gotische peervorm.

In 1663 kocht de Rederijkerskamer van de Heilige Barbara (De Barbaristen) de zaal van de Wezenmeesters.  De toren kreeg toen de naam van Barbaratoren.

Ondertussen was het gebouw dringend aan herstelling toe.  In 1683 werd het torentje afgebroken.

In de loop der tijden werd het gebouw regelmatig bezet door voorbijtrekkende legers wat steeds noodlottig was; beschadiging, vernieling, brand (in 1743).

Vanaf 1820 werd het pand verschillende malen verkocht maar de stad behield het wachthuis als Politiecommissariaat tot 1898. In het onderste gedeelte kwam een herberg “De Vetzak”.

In 1855 was er reeds een hotel met 6 kamers.  Omstreeks 1863 werd het gebouw aangekocht door een vereniging om er een “Cercle Catholique” op te richten.

Het was de eerste maal dat er in het land een dergelijke “cercle” werd gesticht, met als doel concerten geven, conferenties houden, goede lectuur verschaffen.

In 1908 werden de restauratiewerken uitgevoerd :  de Barbaratoren werd heropgebouwd volgens plannen van stadsarchitect Jules Goethals.

Na de tweede wereldoorlog, in 1949, werd het gebouw grondig gerestaureerd en vernieuwd.

De naam “Borse van Amsterdam” verwijst naar de stopplaats van de postkoetsen tussen Rijsel – Amsterdam.